We beslissen Kerst door te brengen in Cuenca: een gezellig stadje in de bergen op 2500m en spreken daar af met Jens (die volop kan beginnen met acclimatiseren aan de hoogte, want hij is van plan het hogere gebergte op te zoeken tijdens onze laatste werkweek). Cuenca is alleszins gezellig: heel wat kerststoeten en verklede kinderen, maar het is met de warmte toch moeilijk om helemaal in de sfeer te komen. Het contrast tussen palmbomen en valse kerstbomen blijft vreemd.
Practicas en Guayaquil - Else, Katrien en Arnout
vrijdag 30 december 2011
Kerst in Cuenca!
Baños
Onze tijd in Ecuador zit er bijna op, maar we zetten nog door en houden onze blog volledig! Zo zijn we nog een weekendje naar Baños geweest in het gezelschap van een extra vriendje: Jens (hoera!). Het is een gezellig stadje vlakbij de vulkaan Tungurahua, die 2 weken voor ons bezoek nog actief was geweest. (Jammer genoeg hebben we geen live vulkaan-uitbarstingen meegemaakt). Baños is ook gekend voor zijn thermale baden die natuurlijk worden verwarmd door de Tungurahua.
We zijn die dan ook gaan uittesten en kunnen zeggen dat ze inderdaad heel erg warm waren.
dinsdag 29 november 2011
Begin stage pediatrie en Quito
Vorige week begonnen we met het 2e deel van onze stage, namelijk de stage pediatrie. Deze gaat door in Hospital de Niños Roberto Gilbert, een groot ziekenhuis enkel voor kinderen op zo'n 15 minuten wandelafstand van ons huisje én in een veilige buurt. Dit is dus een aangename verandering in tegenstelling tot de Maternidad die eerder wat ongelukkig gelokaliseerd was. Bovendien werken we dagelijks van 8u tot 16u, wat betekent dat het nog licht is als we gedaan hebben :-). We doen in de voormiddag een sala (voor mij was dat Emergencia de eerste week) en in de namiddag volgen we consultas externas bij de verschillende specialisten. Heel leuk, vooral dat we wat vrijheid hebben (als het van de secretaresse die onze uren regelt afhangt niet, het administratief beleid is hier heel strikt). We moeten ons ook 's morgens en 's avonds in- en uitchecken met onze vingerafdruk, dus moeten dringend leren op tijd te komen! Extra pluspunt: het eten is hier véél beter dan in de Maternidad, dus ik kijk nu ook echt uit naar ons middagmaal.
Eerste indrukken: gespecialiseerd ziekenhuis met goeie patiëntenzorg, wel wat minder qua hygiëne en efficiëntie. Nergens zijn handschoenen te vinden en handen wassen gebeurt nauwelijks. Ook in dit ziekenhuis worden de dossiers in de zalen geschreven en dit verloopt zo enorm inefficiënt: elke keer opnieuw moet de arts alle patiëntgegevens opnieuw opschrijven en met geschriften ontcijferen verlies je toch echt veel tijd. Zo wordt er vb. nergens een geboortedatum geschreven, maar telkens aan de moeder de leeftijd gevraagd, heel grappig. Vreemde sfeer ook: de grote wachtzaal lijkt echt superhard op een zwembad!
Dit weekend werden we dan ook met het feit geconfronteerd dat we wat minder vakantiedagen dan anders hebben om te reizen, maar mits optimale benutting van nachtbussen kan je wel 2 volle dagen ergens zijn in het weekend. We zijn dan ook eens naar Quito afgezakt, de hoofdstad die nog een mooi oud deel in koloniale stijl bezit. Aanleiding voor deze trip: een gratis concert van Emir Kusturica op het mooie Plaza de San Fransisco op zaterdagavond. Het was ook leuk dat we de Spanjaard George die ons dit getipt had toen we hem toevallig tegenkwamen in Vilcabamba vorig weekend weer toevallig tegenkwamen zaterdag tijdens onze omzwervingen in the Old Town of Quito. We waren blij te ontdekken dat Quito niet zo koud was als verwacht (velen hadden ons reeds angst aangejaagd), maar we werden in de namiddag wel geconfronteerd met een fixe regenbui. We beseffen nu ten volle dat we hopen dat het regenseizoen toch maar zo laat mogelijk begint (vanaf eind december is het regenseizoen in Ecuador. Dit wilt zeggen dat het véél warmer is en uiteraard, er veel regen is). 's Avonds zijn we na enkele glaasjes Canelazo (lokale drank) klaar voor het concert samen met de Spanjaard George en de Rus Ivan. En plezant was het zeker!
De volgende dag vroeg uit bed, want we hebben een afspraak met Ivan aan de TeleferiQuo. Dit is een skiliftje dat je van 3050m naar 4050m brengt met een heel mooi zicht op de stad, en vandaar uit kan je nog verder wandelen naar de top: de Cumbre Rucu Pichincha op 4696m. We beginnen met vol enthousiasme aan de wandeling van een aantal uur, maar ik merk jammer genoeg snel dat ik toch nog niet gewend ben aan de hoogte (jaja: barstende hoofdpijn, duizeligheid, misselijkheid, ...) dus ik keer na 2u wandelen terug met Daniella, een Venezolaanse die ook symptomen begon te krijgen terwijl Else en Ivan voor de top gaan. En er is bewijs: ze zijn er geraakt! Volgende keer moet ik dus wat langer acclimatiseren aan de hoogte (als je van Guayaquil = zeeniveau komt ben je aan niet veel gewend).
's Avonds eindelijk eens Cuy gegeten (dit is cavia, een lokale specialiteit, die eigenlijk niet veel anders dan kip smaakt) en op tijd afscheid genomen van het mooie Quito om ons te nestelen in éen van de ons ondertussen vertrouwde nachtbussen.
maandag 21 november 2011
Loja - Vilcabamba - Saraguro
Vorige week was onze laatste week stage gyneaco. Ergens wel tevreden want zo goed was onze stage niet. Gelukkig hebben we de laatste week de hele tijd 'consultas externas' kunnen doen, waardoor we eindelijk iets konden doen en bijleren!
Woensdagavond was het dan tijd om ons laatste lange weekend optimaal te benutten, deze keer met bestemming: Loja.
Na de zoektocht naar een goedkope overnachting beslisten 's middags we om nog 'vlug' de Podocarpus te bedwingen. Het werd een reis tegen de donker. Gelukkig hadden ze ons zwaar onderschat en waren we zowaar een halfuur voor tijd terug beneden! ;-) Al begon het niet volledig volgens plan. Normaal kan een taxi je tot de refugio brengen, het beginpunt van de wandeling 'El Mirador'. Maar onze taxi beweerde dat hij enkel tot de ingang van het park mocht rijden waardoor wij noodgedwongen 8,5km vroeger onze wandeling moesten beginnen. Direct werden onze beenspieren op de proef gesteld en toen moesten we nog met de eigenlijke 4h durende wandeling beginnen waar we nog 700m moesten stijgen. Maar alle pijn werd snel vergeten toen we de top bereikten want we werden beloond op prachtige berglandschappen. Gelukkig had één van de gidsen bij de refugio ons nog een taxi kunnen regelen, waardoor we de terugtocht van 8,5km niet meer moesten doen, want best kapot (maar tevreden) waren we wel. Na een deugddoende warme douche, trokken we het stad in de richting van een mexicaans restaurantje (Katrien haalde haar slag thuis t.o.v. platos typicos) en daarna naar een café voor nog een cocktailtje. (met nadruk op de -TJE-, voel de frustraties van Katrien voor haar verloren 3dollar.)
Na veel telefoontjes konden we uiteindelijk nog een viaje en caballo vastleggen voor de volgende dag, waardoor we vrij vroeg ons bed opzochten om weer even vroeg te kunnen opstaan richting Vilcabamba.
Vilcabamba was een aangename verrassing. Een klein dorpje met een gezellig dorpspleintje, allemaal badend in een tranquilo sfeertje. En wij uiterst klaar voor een tochtje te paard door de bergen, deze keer de andere kant van de Podocarpus. Terug prachtige uitzichten, een almuerzo op een idyllisch plaatsje tussen rotsen en een kabbelend bergriviertje, een extreem koude douche onder een watervalletje,... Achteraf wel een enorm pijnlijke kont en rug, maar een onvergetelijke dag.
's Avonds besliste Arnout al terug te gaan naar de feesten voor de 'Independencia de Loja', terwijl Katrien en ik kozen voor een avondje Vilcabamba. We hadden een 'richting' doorgekregen - een adres kon je het niet noemen - van een blijkbaar gezellig cafeetje, maar eenmaal daar aangekomen bleek de poort vast te zitten, terwijl alles er op wees dat het open was. Na even geduld te oefenen, bleek de eigenaar uiteindelijk nog in het dorp te zitten. Gelukkig kreeg die een lift, waardoor we na een halfuur wachten eindelijk konden genieten van een 'Canelazo', een locaal drankje.
De volgende ochtend na een uitgebreid ontbijtje, zijn we doorgegaan om ons bij Arnout aan te sluiten. Die had de vorige nacht bij een couchsurfer geslapen en zat nu samen met nog wat vrienden van Juan Pablo (de coucher) op een Ecuadoriaanse versie van Waregem Koerse. Waar niet de snelheid centraal stond, maar blijkbaar het elegant zijn van de paarden. Deze moesten 10 toertjes lopen op een typische snel-wandelende manier en zo weinig mogelijk speeksel afscheiden e.d. Zo mooi mogelijk blijven dus. ;-) De mama van één van de vrienden heeft ons daarna uitgenodigd bij haar thuis en eten gemaakt: 'Repe', een Lojaans soepje met daarna - natuurlijk - rijst met yuca en tonijn. Super lekker!
Na een Ecuadoriaanse versie van tussen 2 vuren en een rondleiding in Loja door Juan Pablo zijn we dan nog het uitgaansleven ingetrokken. Eerst een optreden gaan kijken van Las Chicas Dulces, een 5tal wulpse vrouwen bij elkaar die menig harten sneller deden slaan.... Daarna naar een plaatselijke discotheek. Blijkbaar wordt er hier altijd in 'parejas' gedanst, waardoor we, als we even wilden gaan rusten, onze mede-danspartner ook moest gaan rusten. Heel raar allemaal, maar wel een hele leuke avond gehad!
Onder de noemer van de ochtendstond heeft goud in de mond, zijn we na amper 4h slapen doorgereisd naar Saraguro. Een klein dorpje op de terugweg naar Guayaquil. Een zondagsmarkt met allemaal typisch geklede vrouwen en mannen. (Lees: zwarte bolhoeden, zwarte rokken of broeken en een mooi bloesje met een zwarte doek erover) Heel speciaal om te zien!
Bij deze zijn we terug helemaal klaar voor een nieuwe werkweek! Deze keer in Hospital de Niños Roberto Gilbert, onze stageplaats voor de komende 6 weken. Elke weekdag van 8h tot 16h moeten werken, het zal aanpassen worden. ;-)
Woensdagavond was het dan tijd om ons laatste lange weekend optimaal te benutten, deze keer met bestemming: Loja.
Na de zoektocht naar een goedkope overnachting beslisten 's middags we om nog 'vlug' de Podocarpus te bedwingen. Het werd een reis tegen de donker. Gelukkig hadden ze ons zwaar onderschat en waren we zowaar een halfuur voor tijd terug beneden! ;-) Al begon het niet volledig volgens plan. Normaal kan een taxi je tot de refugio brengen, het beginpunt van de wandeling 'El Mirador'. Maar onze taxi beweerde dat hij enkel tot de ingang van het park mocht rijden waardoor wij noodgedwongen 8,5km vroeger onze wandeling moesten beginnen. Direct werden onze beenspieren op de proef gesteld en toen moesten we nog met de eigenlijke 4h durende wandeling beginnen waar we nog 700m moesten stijgen. Maar alle pijn werd snel vergeten toen we de top bereikten want we werden beloond op prachtige berglandschappen. Gelukkig had één van de gidsen bij de refugio ons nog een taxi kunnen regelen, waardoor we de terugtocht van 8,5km niet meer moesten doen, want best kapot (maar tevreden) waren we wel. Na een deugddoende warme douche, trokken we het stad in de richting van een mexicaans restaurantje (Katrien haalde haar slag thuis t.o.v. platos typicos) en daarna naar een café voor nog een cocktailtje. (met nadruk op de -TJE-, voel de frustraties van Katrien voor haar verloren 3dollar.)
Na veel telefoontjes konden we uiteindelijk nog een viaje en caballo vastleggen voor de volgende dag, waardoor we vrij vroeg ons bed opzochten om weer even vroeg te kunnen opstaan richting Vilcabamba.
Vilcabamba was een aangename verrassing. Een klein dorpje met een gezellig dorpspleintje, allemaal badend in een tranquilo sfeertje. En wij uiterst klaar voor een tochtje te paard door de bergen, deze keer de andere kant van de Podocarpus. Terug prachtige uitzichten, een almuerzo op een idyllisch plaatsje tussen rotsen en een kabbelend bergriviertje, een extreem koude douche onder een watervalletje,... Achteraf wel een enorm pijnlijke kont en rug, maar een onvergetelijke dag.
's Avonds besliste Arnout al terug te gaan naar de feesten voor de 'Independencia de Loja', terwijl Katrien en ik kozen voor een avondje Vilcabamba. We hadden een 'richting' doorgekregen - een adres kon je het niet noemen - van een blijkbaar gezellig cafeetje, maar eenmaal daar aangekomen bleek de poort vast te zitten, terwijl alles er op wees dat het open was. Na even geduld te oefenen, bleek de eigenaar uiteindelijk nog in het dorp te zitten. Gelukkig kreeg die een lift, waardoor we na een halfuur wachten eindelijk konden genieten van een 'Canelazo', een locaal drankje.
De volgende ochtend na een uitgebreid ontbijtje, zijn we doorgegaan om ons bij Arnout aan te sluiten. Die had de vorige nacht bij een couchsurfer geslapen en zat nu samen met nog wat vrienden van Juan Pablo (de coucher) op een Ecuadoriaanse versie van Waregem Koerse. Waar niet de snelheid centraal stond, maar blijkbaar het elegant zijn van de paarden. Deze moesten 10 toertjes lopen op een typische snel-wandelende manier en zo weinig mogelijk speeksel afscheiden e.d. Zo mooi mogelijk blijven dus. ;-) De mama van één van de vrienden heeft ons daarna uitgenodigd bij haar thuis en eten gemaakt: 'Repe', een Lojaans soepje met daarna - natuurlijk - rijst met yuca en tonijn. Super lekker!
Na een Ecuadoriaanse versie van tussen 2 vuren en een rondleiding in Loja door Juan Pablo zijn we dan nog het uitgaansleven ingetrokken. Eerst een optreden gaan kijken van Las Chicas Dulces, een 5tal wulpse vrouwen bij elkaar die menig harten sneller deden slaan.... Daarna naar een plaatselijke discotheek. Blijkbaar wordt er hier altijd in 'parejas' gedanst, waardoor we, als we even wilden gaan rusten, onze mede-danspartner ook moest gaan rusten. Heel raar allemaal, maar wel een hele leuke avond gehad!
Onder de noemer van de ochtendstond heeft goud in de mond, zijn we na amper 4h slapen doorgereisd naar Saraguro. Een klein dorpje op de terugweg naar Guayaquil. Een zondagsmarkt met allemaal typisch geklede vrouwen en mannen. (Lees: zwarte bolhoeden, zwarte rokken of broeken en een mooi bloesje met een zwarte doek erover) Heel speciaal om te zien!
Bij deze zijn we terug helemaal klaar voor een nieuwe werkweek! Deze keer in Hospital de Niños Roberto Gilbert, onze stageplaats voor de komende 6 weken. Elke weekdag van 8h tot 16h moeten werken, het zal aanpassen worden. ;-)
maandag 14 november 2011
De jungle van het Amazonewoud!
Zo'n 20 % van Ecuador bestaat nog uit selva, ook wel bekend als het tropisch regenwoud. Ook wij konden de lokroep van de jungle niet weerstaan en brachten vorig weekend door in een lodge diep in het Reserva Faunística Cuyabeno. Onze tocht vertrekt vanuit Lago Agrio, een oliedorp dat sinds eind jaren zestig gesticht is (de naam is originelerwijze dan ook ontleend aan Sour Lake in Texas). Vanuit Guayaquil wilt dit zeggen: 13 uur op de nachtbus! (de trip viel al bij al wel mee, we konden vooral goed lachen met Arnout die massa's eten en vooral zakjes bijhad)
In Lago Agrio doen we nog een tevergeefse zoektocht naar een verrekijker voor Arnout en ontmoeten we een van onze medereizigers: Carlos, een vriendelijke Amerikaan (die héél goed voorzien is voor avonturen in de jungle) en met onze gids Neiser wachten we aan de luchthaven onze laatste 2 gezellen op... 2 Hollanders! Sympatieke mensen die een film en foto's maken voor een reisgids.
Nog 2 uur in de bus en 2 uur op een kano (met motor voorzien) vooraleer we aan onze lodge aankomen. Eerste indrukken: véél en grote planten en bomen, veel beesten en een heel enthousiaste gids. Ons voornaamste vervoermiddel de komende dagen wordt dan ook de kano over de 2 grote meren met zwart water: de Laguna Cuyabeno en de Laguna Grande.
Bij aankomst gaan we meteen op zoek naar een Anaconda van 6m die in een van de meren vlakbij gespot is (maar later zal blijken dat dit een van de vele zoektochten wordt). Blijkbaar zitten die uit het water op een boom te zonnen en blijven ze een aantal dagen ter plekke. We hebben pech, de Anaconda blijft verborgen voor ons.
Onze avondactiviteit wordt er meteen een leuke: een nachtwandeling gewapend met regenponcho, muskietenspray, laarzen (het is daar inderdaad drassig) en zaklamp om dieren te spotten. We vinden dan ook meteen al heel wat grote spinnen (en Else zet flink haar eerste stappen om zich over haar spinnenfobie te zetten), kikkers, en andere insecten die hier veel groter en kleuriger blijken te zijn dan bij ons. Een nadeel aan zo'n handige lamp op je kop: dit trekt vééél insecten aan. Mond toehouden is de boodschap dus.
De volgende dag gaan we, na een overheerlijk ontbijt (nooit gedacht dat we in de jungle beter gingen ontbijten dan in Guayaquil) een inheems volk bezoeken: de Siona. We worden meteen goede vrienden met Nacho, een vrolijk maar af en toe toch wat agressief uit de hoek komend aapje dat al onze harten steelt (Else bedenkt zich later weliswaar wanneer hij haar een stevige beet in haar arm geeft). Zoals het geneeskundestudenten betaamt houden we Else in 't oog voor eventuele neurologische symptomen, maar tot nu toe lijkt ze alvast Rabiës-vrij te zijn.
Druipend van het zweet (warm!) helpen we met het bereiden van pan de yuca (een soort knol die je hier in de grond vindt) en dit blijkt verbazend lekker te zijn! Vreemd ook dat dit brood met slechts 1 ingrediënt gemaakt wordt.
Na een wederom heerlijk middagmaal zetten we onze tocht verder naar een lokale sjamaan, die ons wat meer uitleg omtrent het sjamanisme verschaft. Het komt erop neer dat zij in de jungle op zoek gaan naar geneeskrachtige planten en hun patiënten genezen na het drinken van Ayahuasca (een plantenbereiding uit het Amazonewoud met psychoactieve werking), waardoor ze in een soort roes komen en luisteren naar het Amazonewoud. Hij geeft dan ook een kleine demonstratie bij mezelf (zonder de bijhorende roes weliswaar) en zegt alvast dat ik geen kwade geesten heb (hoera!) . Best wel interessant, ware het niet dat we eigenlijk nog veel vragen voor hem hadden en hem graag eens bezig zouden zien. Dat zal voor een volgende keer zijn.
's Avonds nogmaals op zoek naar de anaconda en u raadt het al: geen succes... We komen op de terugweg nog wel een schorpioen, de roze rivierdolfijn, veel spinnen, een slang en kaaimannen tegen.
Wat trouwens erg leuk is aan onze gids: hij is énorm enthousiast. Ten eerste is het al enorm sterk hoe hij al die dieren ziet, maar bovendien blijkt zijn enthousiasme echt gemeend. Hij raakte dan ook lichtjes geïrriteerd als wij niet alle dieren ziet die hij ons aanwijst, heel grappig. Hij had steeds zijn verrekijker en telescoop mee, een enorme meerwaarde voor ons en zeker voor Arnout, die na de verrekijker-verover-mislukkingen de hoop had opgegeven. De dieren werden ons dan ook vaak mooi op een blaadje gepresenteerd doorheen de telescooplens.
De volgende dag is het tijd voor onze jungle-wandeling en we ondervinden dat het regenwoud inderdaad enorm dichtbegroeid is. Stappen blijkt dan ook echt niet zo snel te gaan.
Onderweg zien we een aantal heel mooie ara's (uiteraard ook met vergroting), apen en uiteraard grote spinnen.
's Middags is het tijd voor onze dagelijkse duik in de rivier aan onze lodge (de idéale verfrissing). Grappig ook om te beseffen dat dit hetzelfde water is waarin de kaaimannen, piranhas, slangen en anaconda rondzwemmen. Een andere vis die we liever ook niet tegenkomen is de Candiru: dit is een vis die aangetrokken wordt door menselijke urine (plassen in het water dus), zich in de urinebuis nestelt en vastzet met haken (dwz dat het beest er niet meer uitkan) en bloed blijft zuigen.
Na onze eerste regenbui klaart het op en is het tijd voor de volgende activiteit: piranha-vissen! Dit blijkt redelijk vlot te gaan met rauw vlees en die vissen hebben dus inderdaad venijnige tanden (redelijk spannend dus ook om de haak er terug uit te halen). We denken evenwel aan het behoud van dieren in het Amazonewoud en gooien ze flink terug in het water achteraf.
's Avonds nemen we nog een duik in een groot meer bij ondergaande zon en beseffen dat het toch echt wel een redelijk zalige plek is om te zijn. Voor mij is het regenwoud echt een heel magische plek die enorm tot de verbeelding spreekt: er is enorm veel activiteit (vooral als je je bedenkt wat je niet kan zien doorheen dat bruine water) en de kleurrijke vogels en insecten op de groene achtergrond van reusachtige bomen, lianen en planten blijven irreëel om naar te kijken. Op terugweg naar de lodge hebben we geluk en vinden we nog een boa: een gigantisch groen beest dat ik liever niet alleen zou tegenkomen. Na een wederom geslaagde laatste dag kruipen we moe ons bed in en om de volgende ochtend te terugweg aan te vatten.
Leuke verrassing 's ochtends: het regent enorm! Gelukkig kunnen we op onze 2-uur durende kano-tocht schuilen in onze poncho's en ontdekken we ook deze kant van het regenwoud (alhoewel ik toch wel blij was dat het de vorige dagen wel stralend weer was).
Geen anaconda dus deze trip, maar een zeer leuke ervaring in deze fantastische omgeving.
We beslissen ons Oriente-avontuur nog wat te verlengen en reizen door naar Tena, meer zuidelijk gelegen en in secundair regenwoud, maar bekend om zijn wildwaterraften.
Na een 7-uur durende bustocht plannen we een tocht voor de volgende dag en kruipen na een cocktail ons bed in. Zuinig als we zijn gingen we voor de goedkoopste hostel, wat zich uitte in een vuile kamer en slechte bedden (een redelijk contrast met onze aangename jungle-lodge), maar gelukkig slaap je overal als je moe bent. We keren hier alvast niet meer terug :-).
Onze raftingdag blijkt superleuk te zijn! Ik had een beetje schrik dat dit redelijk flauw zou zijn, maar dit bleek absoluut niet. Onze tocht gaat door op de Yatunyacu rivier en we vormen dan ook een zo goed mogelijk team met een Grieks koppel. We zwemmen allemaal graag en hebben een Australische begeleider die graag gekke dingen uitprobeert: Onze boot gaat 3x volledig overkop, we raken een aantal mensen kwijt onderweg en genieten bovendien van het enorm mooie landschap (dit geeft toch ook wel een extra vibe aan de raft-ervaring). We doen tussendoor 2 stopjes, worden door de lokale Kichwa-gidsen mooi beschilderd en hebben achteraf de heerlijke smaak van klei in onze mond. En uiteraard (anders waren we geen echte toeristen) zijn we alledrie goed verbrand.
Rond 16u terug en tijd voor onze laatste activiteit vooraleer we voor 11 uur op de bus moeten: La pelea de toros! Er is blijkbaar een groots feest in Tena met voor de gelegenheid ook stierengevechten. Geen ervaring hoe dit er anders aan toe gaat, maar dit was alleszins redelijk grappig: enorm veel enthousiaste lokale mensen, veel lekker eten, veel kleurrijke geklede dwergen die de stieren ophitsen en zichzelf echt pijn moeten gedaan hebben en uiteindelijk de 'echte toreadors'. Hiervan leek er slechts 1 goed en bleken de 3 anderen toch redelijk wat schrik te hebben van de stier. Een heel grappig gebeuren dus. Na een aantal stieren is het tijd aan de lokale mensen en mogen zij ook eens proberen de stier in bedwang te houden. Vreemd allemaal....
Ik ben alleszins blij dat er geen stieren gedood werden: ik had het al redelijk moeilijk met het stieren-pesten en zinloos pinnen in dit beest steken dus ben opgelucht dat er geen bloed wordt vergoten.
Tijd voor onze bus na dit spektakel: aankomst om 5u 's nachts in Guayaquil en om 7u werden we fris en monter op ons werk verwacht.
We hadden het vandaag dan ook allemaal een beetje moeilijk :-)....
Abonneren op:
Posts (Atom)