maandag 14 november 2011

De jungle van het Amazonewoud!


Zo'n 20 % van Ecuador bestaat nog uit selva, ook wel bekend als het tropisch regenwoud. Ook wij konden de lokroep van de jungle niet weerstaan en brachten vorig weekend door in een lodge diep in het Reserva Faunística Cuyabeno. Onze tocht vertrekt vanuit Lago Agrio, een oliedorp dat sinds eind jaren zestig gesticht is (de naam is originelerwijze dan ook ontleend aan Sour Lake in Texas). Vanuit Guayaquil wilt dit zeggen: 13 uur op de nachtbus! (de trip viel al bij al wel mee, we konden vooral goed lachen met Arnout die massa's eten en vooral zakjes bijhad)

In Lago Agrio doen we nog een tevergeefse zoektocht naar een verrekijker voor Arnout en ontmoeten we een van onze medereizigers: Carlos, een vriendelijke Amerikaan (die héél goed voorzien is voor avonturen in de jungle) en met onze gids Neiser wachten we aan de luchthaven onze laatste 2 gezellen op... 2 Hollanders! Sympatieke mensen die een film en foto's maken voor een reisgids.

Nog 2 uur in de bus en 2 uur op een kano (met motor voorzien) vooraleer we aan onze lodge aankomen. Eerste indrukken: véél en grote planten en bomen, veel beesten en een heel enthousiaste gids. Ons voornaamste vervoermiddel de komende dagen wordt dan ook de kano over de 2 grote meren met zwart water: de Laguna Cuyabeno en de Laguna Grande.




Bij aankomst gaan we meteen op zoek naar een Anaconda van 6m die in een van de meren vlakbij gespot is (maar later zal blijken dat dit een van de vele zoektochten wordt). Blijkbaar zitten die uit het water op een boom te zonnen en blijven ze een aantal dagen ter plekke. We hebben pech, de Anaconda blijft verborgen voor ons.
Onze avondactiviteit wordt er meteen een leuke: een nachtwandeling gewapend met regenponcho, muskietenspray, laarzen (het is daar inderdaad drassig) en zaklamp om dieren te spotten. We vinden dan ook meteen al heel wat grote spinnen (en Else zet flink haar eerste stappen om zich over haar spinnenfobie te zetten), kikkers, en andere insecten die hier veel groter en kleuriger blijken te zijn dan bij ons. Een nadeel aan zo'n handige lamp op je kop: dit trekt vééél insecten aan. Mond toehouden is de boodschap dus.




De volgende dag gaan we, na een overheerlijk ontbijt (nooit gedacht dat we in de jungle beter gingen ontbijten dan in Guayaquil) een inheems volk bezoeken: de Siona. We worden meteen goede vrienden met Nacho, een vrolijk maar af en toe toch wat agressief uit de hoek komend aapje dat al onze harten steelt (Else bedenkt zich later weliswaar wanneer hij haar een stevige beet in haar arm geeft). Zoals het geneeskundestudenten betaamt houden we Else in 't oog voor eventuele neurologische symptomen, maar tot nu toe lijkt ze alvast Rabiës-vrij te zijn.
Druipend van het zweet (warm!) helpen we met het bereiden van pan de yuca (een soort knol die je hier in de grond vindt) en dit blijkt verbazend lekker te zijn! Vreemd ook dat dit brood met slechts 1 ingrediënt gemaakt wordt.




Na een wederom heerlijk middagmaal zetten we onze tocht verder naar een lokale sjamaan, die ons wat meer uitleg omtrent het sjamanisme verschaft. Het komt erop neer dat zij in de jungle op zoek gaan naar geneeskrachtige planten en hun patiënten genezen na het drinken van Ayahuasca (een plantenbereiding uit het Amazonewoud met psychoactieve werking), waardoor ze in een soort roes komen en luisteren naar het Amazonewoud. Hij geeft dan ook een kleine demonstratie bij mezelf (zonder de bijhorende roes weliswaar) en zegt alvast dat ik geen kwade geesten heb (hoera!) . Best wel interessant, ware het niet dat we eigenlijk nog veel vragen voor hem hadden en hem graag eens bezig zouden zien. Dat zal voor een volgende keer zijn.
's Avonds nogmaals op zoek naar de anaconda en u raadt het al: geen succes... We komen op de terugweg nog wel een schorpioen, de roze rivierdolfijn, veel spinnen, een slang en kaaimannen tegen.





Wat trouwens erg leuk is aan onze gids: hij is énorm enthousiast. Ten eerste is het al enorm sterk hoe hij al die dieren ziet, maar bovendien blijkt zijn enthousiasme echt gemeend. Hij raakte dan ook lichtjes geïrriteerd als wij niet alle dieren ziet die hij ons aanwijst, heel grappig. Hij had steeds zijn verrekijker en telescoop mee, een enorme meerwaarde voor ons en zeker voor Arnout, die na de verrekijker-verover-mislukkingen de hoop had opgegeven. De dieren werden ons dan ook vaak mooi op een blaadje gepresenteerd doorheen de telescooplens.

De volgende dag is het tijd voor onze jungle-wandeling en we ondervinden dat het regenwoud inderdaad enorm dichtbegroeid is. Stappen blijkt dan ook echt niet zo snel te gaan.
Onderweg zien we een aantal heel mooie ara's (uiteraard ook met vergroting), apen en uiteraard grote spinnen.
's Middags is het tijd voor onze dagelijkse duik in de rivier aan onze lodge (de idéale verfrissing). Grappig ook om te beseffen dat dit hetzelfde water is waarin de kaaimannen, piranhas, slangen en anaconda rondzwemmen. Een andere vis die we liever ook niet tegenkomen is de Candiru: dit is een vis die aangetrokken wordt door menselijke urine (plassen in het water dus), zich in de urinebuis nestelt en vastzet met haken (dwz dat het beest er niet meer uitkan) en bloed blijft zuigen.



Na onze eerste regenbui klaart het op en is het tijd voor de volgende activiteit: piranha-vissen! Dit blijkt redelijk vlot te gaan met rauw vlees en die vissen hebben dus inderdaad venijnige tanden (redelijk spannend dus ook om de haak er terug uit te halen). We denken evenwel aan het behoud van dieren in het Amazonewoud en gooien ze flink terug in het water achteraf.
's Avonds nemen we nog een duik in een groot meer bij ondergaande zon en beseffen dat het toch echt wel een redelijk zalige plek is om te zijn. Voor mij is het regenwoud echt een heel magische plek die enorm tot de verbeelding spreekt: er is enorm veel activiteit (vooral als je je bedenkt wat je niet kan zien doorheen dat bruine water) en de kleurrijke vogels en insecten op de groene achtergrond van reusachtige bomen, lianen en planten blijven irreëel om naar te kijken. Op terugweg naar de lodge hebben we geluk en vinden we nog een boa: een gigantisch groen beest dat ik liever niet alleen zou tegenkomen. Na een wederom geslaagde laatste dag kruipen we moe ons bed in en om de volgende ochtend te terugweg aan te vatten.






Leuke verrassing 's ochtends: het regent enorm! Gelukkig kunnen we op onze 2-uur durende kano-tocht schuilen in onze poncho's en ontdekken we ook deze kant van het regenwoud (alhoewel ik toch wel blij was dat het de vorige dagen wel stralend weer was).
Geen anaconda dus deze trip, maar een zeer leuke ervaring in deze fantastische omgeving.

We beslissen ons Oriente-avontuur nog wat te verlengen en reizen door naar Tena, meer zuidelijk gelegen en in secundair regenwoud, maar bekend om zijn wildwaterraften.
Na een 7-uur durende bustocht plannen we een tocht voor de volgende dag en kruipen na een cocktail ons bed in. Zuinig als we zijn gingen we voor de goedkoopste hostel, wat zich uitte in een vuile kamer en slechte bedden (een redelijk contrast met onze aangename jungle-lodge), maar gelukkig slaap je overal als je moe bent. We keren hier alvast niet meer terug :-).

Onze raftingdag blijkt superleuk te zijn! Ik had een beetje schrik dat dit redelijk flauw zou zijn, maar dit bleek absoluut niet. Onze tocht gaat door op de Yatunyacu rivier en we vormen dan ook een zo goed mogelijk team met een Grieks koppel. We zwemmen allemaal graag en hebben een Australische begeleider die graag gekke dingen uitprobeert: Onze boot gaat 3x volledig overkop, we raken een aantal mensen kwijt onderweg en genieten bovendien van het enorm mooie landschap (dit geeft toch ook wel een extra vibe aan de raft-ervaring). We doen tussendoor 2 stopjes, worden door de lokale Kichwa-gidsen mooi beschilderd en hebben achteraf de heerlijke smaak van klei in onze mond. En uiteraard (anders waren we geen echte toeristen) zijn we alledrie goed verbrand.



Rond 16u terug en tijd voor onze laatste activiteit vooraleer we voor 11 uur op de bus moeten: La pelea de toros! Er is blijkbaar een groots feest in Tena met voor de gelegenheid ook stierengevechten. Geen ervaring hoe dit er anders aan toe gaat, maar dit was alleszins redelijk grappig: enorm veel enthousiaste lokale mensen, veel lekker eten, veel kleurrijke geklede dwergen die de stieren ophitsen en zichzelf echt pijn moeten gedaan hebben en uiteindelijk de 'echte toreadors'. Hiervan leek er slechts 1 goed en bleken de 3 anderen toch redelijk wat schrik te hebben van de stier. Een heel grappig gebeuren dus. Na een aantal stieren is het tijd aan de lokale mensen en mogen zij ook eens proberen de stier in bedwang te houden. Vreemd allemaal....
Ik ben alleszins blij dat er geen stieren gedood werden: ik had het al redelijk moeilijk met het stieren-pesten en zinloos pinnen in dit beest steken dus ben opgelucht dat er geen bloed wordt vergoten.

Tijd voor onze bus na dit spektakel: aankomst om 5u 's nachts in Guayaquil en om 7u werden we fris en monter op ons werk verwacht.
We hadden het vandaag dan ook allemaal een beetje moeilijk :-)....



Geen opmerkingen:

Een reactie posten